Hulp nodig bij uw scheiding? Bel 0800 - 88 99 000 (gratis)|info@allesoverscheiding.nl
Hypotheekrente2018-03-27T08:22:34+00:00

Hypotheekrente en hypotheekschuld bij scheiding

Als er een eigen woning is die wegens de scheiding wordt verkocht, zal de hypotheekschuld bij de overdracht moeten worden afgelost. Wordt het huis niet verkocht, omdat één van beiden in het huis blijft wonen, dan zal meestal de hypotheek aan de nieuwe situatie moeten worden aangepast. Bijvoorbeeld omdat het huis op naam wordt gezet van degene die erin blijft wonen, of omdat de ander niet aansprakelijk wil blijven voor de hypotheekschuld die verband houdt met het huis waar hij niet meer woont. Aan de bank moet dan ontslag uit de hypotheekschuld worden gevraagd. Soms zal de bank daaraan niet meewerken, omdat de ander een te laag inkomen heeft.

En soms is het onaantrekkelijk omdat die ander meer inkomsten heeft waarvan de hypotheekrente fiscaal kan worden afgetrokken. Want zoals bekend mag de rente op een schuld in verband met een eigen woning (een eigenwoning-schuld) worden afgetrokken van de progressief belaste inkomsten,zoals salaris en partneralimentatie. Dit is de fameuze hypotheekrenteaftrek. In beginsel is renteaftrek alleen mogelijk voor de eigen woning en de fiscus beschouwt alleen een woning die voor iemand een hoofdverblijf is als zijn eigen woning.

Hypotheekrenteaftrek na verlaten van de woning

Als een gehuwd stel uit elkaar gaat en een van beiden verlaat de woning, is dat niet langer zijn eigen woning en bestaat het risico dat de rente niet meer aftrekbaar is. De wet bevat echter een verzachtende bepaling waardoor de eerste twee jaren toch nog recht op renteaftrek bestaat. Na die twee jaren komt de renteaftrek wel in het gedrang. Er bestaan echter mogelijkheden om dit te voorkomen. Advies in een vroeg stadium is daarom zeker de moeite waard. Dit geldt ook voor een woning die niet door beiden werd bewoond.

Verdeling van de hypotheekschuld bij scheiding

Over het algemeen is de situatie in de eerste twee jaren na de beëindiging van het fiscaal partnerschap goed geregeld, maar daarna kunnen problemen ontstaan voor de renteaftrek. Als de eigendom van de woning na de genoemde twee jaren niet bij de bewoner, maar bij de ander ligt, dan is de rente die deze moet betalen op de lening voor de eigen woning niet langer aftrekbaar. Hierdoor is het vaak fiscaal onaantrekkelijk om een woning langer dan twee jaren onverdeeld te laten. In de praktijk wordt de woning daarom binnen de tweejaarstermijn overgedragen aan de bewoner. Bij deze verdeling wordt dan afgesproken dat de ander een vordering op de bewoner krijgt waarover rente wordt vergoed. Meestal wordt dan afgesproken dat de vordering opeisbaar is na een bepaalde periode (bijvoorbeeld als de kinderen het huis uit zijn) of onder bepaalde omstandigheden (bijvoorbeeld als de bewoner hertrouwt).