Hulp nodig bij uw scheiding? Bel 0800 - 88 99 000 (gratis)|info@allesoverscheiding.nl
Omgangsregeling2018-03-27T08:16:11+00:00

Omgangsregeling na scheiding

Een kind heeft recht op contact met beide ouders, zolang dat enigszins gaat. Het is daarom van belang dat ouders samen overleggen over de manier waarop zij na de scheiding daarvoor zullen zorgen. Een omgangsregeling houdt in dat één van de ouders de dagelijkse verzorging van de kinderen op zich neemt en dat met de andere ouder een omgangsregeling wordt afgesproken.

Omgangsregeling in de praktijk

In de wet staat niets over hoe een omgangsregeling er uit zou moeten zien, maar veel omgangsregelingen zien er ongeveer als volgt uit:

– om de andere week het weekend (van vrijdagavond of zaterdagmorgen tot zondagavond);
– de helft van de schoolvakanties, in onderling overleg.

Als dat kan is de ‘uitwonende’ ouder ook betrokken bij een deel van het dagelijkse leven van de kinderen. Ze gaan dan niet alleen om het weekend maar ook een doordeweekse dag en nacht naar hun vader zodat die wekelijks op school komt en de juf en vriendjes ontmoet. Die vaste ‘contactmomenten’ zijn enorm belangrijk. Bovendien is het voor jongere kinderen belangrijk dat er niet te veel tijd zit tussen de ontmoetingen. Een scheiding van meer dan drie of vier dagen maakt het voor een baby of peuter moeilijk een gezonde hechting op te bouwen met de andere ouder. Maar ook voor oudere kinderen is een of twee weken wachten lang. Voor alle leeftijden geldt: hoe ‘gewoner’ het met en bij de andere ouder is, hoe beter dat is voor de band tussen ouder en kind.

Afspraken maken

Ook worden er vaak afspraken gemaakt over wie voor het vervoer zorgt (halen/brengen). Daarnaast is het belangrijk dat de kinderen, als zij daar oud genoeg voor zijn, ook telefonisch of per computer contact kunnen hebben met de andere ouder. Ook daarover kunnen de ouders dus samen afspraken maken. Het is gewenst om wekelijks overleg te hebben als ouders over de kinderen. Zijn er die week bijzonderheden geweest, op school of met vriendjes of vriendinnetjes? Zit het kind nog goed in z’n vel? Welke signalen vangen jullie op?