Scheiding regelen? Bel 0800 - 88 99 000 (gratis)

Gescheiden ouders kiezen steeds vaker voor co-ouderschap

///Gescheiden ouders kiezen steeds vaker voor co-ouderschap

Gescheiden ouders kiezen steeds vaker voor co-ouderschap

Het aantal kinderen dat niet meer in een gezin met hun twee eigen ouders woont, is de afgelopen twintig jaar flink gestegen. Dat schrijft Trouw op basis van cijfers van het CBS. En na een scheiding brengen steeds meer kinderen ongeveer evenveel tijd door bij de vader als bij de moeder, het zogeheten co-ouderschap.

Van de stellen die in 2010 uit elkaar gingen koos 27 procent voor het co-ouderschap. Dat blijkt uit een analyse in het kader van het onderzoek ‘Nieuwe Families in Nederland’, dat de Universiteit Utrecht in samenwerking met het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft uitgevoerd.

De 27 procent is een stijging ten opzichte van 2008, toen nog 20 procent van de scheidingen uitmondde in deze gelijke verdeling

Duurzaam
Het co-ouderschap blijkt ook tamelijk duurzaam. Na twee jaar had van de gescheiden ouders zo’n 80 procent nog steeds een co-ouderschap. Mogelijk heeft de reeks maatregelen uit 2009 – toen werd onder meer het ouderschapsplan verplicht – effect gehad. Daarin werd onder meer bepaald dat kinderen, bij echtscheiding, recht hebben op gelijke zorg van beide ouders.

Het co-ouderschap komt het meest voor bij hoogopgeleiden en na scheidingen die relatief conflictloos verlopen. Ander onderzoek zegt dat er bescheiden aanwijzingen zijn dat een gelijke verdeling ouders en kinderen gelukkiger maakt dan wanneer kinderen een van de ouders veel minder zien.

Stijgende trend
Uit de cijfers blijkt verder dat in 2015 ongeveer 609.000 kinderen onder de 17 jaar niet in een gezin met de twee eigen ouders woonden. Bijna twintig jaar eerder in 1996 waren dat er nog 431.000. De verwachting in de CBS-huishoudensprognose is dat deze stijgende trend aanhoudt.

Van de kinderen van wie de ouders in 2010 uit elkaar zijn gegaan gaat de grote meerderheid nog steeds overwegend bij de moeder wonen, afhankelijk van het opleidingsniveau van de ouders tot boven de 70 procent. Tussen de 1 en 6 procent kiest het huis van de vader als belangrijkste verblijfsplaats.

Bron: Trouw.nl

2018-01-25T14:58:23+00:00 25 januari, 2018|Nieuwsberichten|