De Eerste Kamer is akkoord gegaan met het wetsvoorstel om de duur van de partneralimentatie in te korten. Vanaf 1 januari 2020 geldt voor nieuwe alimentatieafspraken dat alimentatie beperkt wordt tot de helft van de duur van het huwelijk, met een maximum van 5 jaar. Een voorbeeld: na een huwelijk dat na 11 jaar eindigt, is de alimentatieplicht straks nog 5 jaar. Nog een voorbeeld: voor een huwelijk dat eindigt na 6 jaar, is de alimentatieplicht straks nog 3 jaar.

Daarop zijn twee wettelijke uitzonderingen:

  1. langdurige huwelijken; en
  2. huwelijken met jonge kinderen.

Als het huwelijk langer dan 15 jaar heeft geduurd en de partner die het minst verdient binnen 10 jaar de AOW leeftijd bereikt, dan is de duur van de partneralimentatie maximaal 10 jaar.
Als overgangsmaatregel geldt dit de eerste zeven jaar (dus tot en met 2026) ook als de partner die recht heeft op alimentatie ouder is dan 50 jaar.

Bij huwelijken met kinderen jonger dan 12 jaar loopt de partneralimentatie maximaal door tot het jongste kind 12 jaar wordt.

In uitzonderlijke situaties is het mogelijk alimentatie toe te wijzen voor een langere periode dan 5 jaar (dit is een zogenaamde hardheidsclausule voor schrijnende gevallen). Verder worden de berekeningen van de behoefte en draagkracht, die voor de alimentatiebepaling gemaakt worden, afgegeven aan de partner en andere belanghebbenden in de scheidingsprocedure.